Dwergpinguin is blauwe en de kleinste pinguinfamile Eudyptula minor

dwergpinguin

Dwergpinguin is de kleinste pinguïn van de familie pinguïns

Taxonomische indeling pinguin
Stam Gewervelde dieren
Klasse: Vogels
Orde: Pinguins
Familie: Pinguins
Soort: Euyptula minor
Geslacht: Dwergpinguïn of  wel de kleine blauwe pinguïn

Eigenschappen en Kenmerken

  • Legsel zijn  2 eieren
  • Broedtijd 33 tot 40 dagen
  • De jongen blijven 8 weken in het nest
  • Lengte 40 cm
  • Volwassen gewicht 750 g
  • Milieu zijn kustwateren
  • Verspreiding Nieuw-Zeeland

Soort pinguïn

De dwergpinguin of kleine blauwe pinguin is de kleinste van de grote pinguin familie. Ook verschilt hij van de andere soorten door zijn nestel gewoonten. Ze zijn schuwe van aard maar leven in de nachtelijk uren.

Verspreiding

Hij leeft op de kusteilanden van Australië en Nieuw-Zeeland in verspreide kolonies. De koppels zitten altijd op een tiental meters afstand van elkaar of ook wel geheel in afzondering.

Het nest

dwergpinguin_kleinste_blauwe_pinguinDeze pinguïns nestelen in holen die zij met hun snavel en poten uitgraven in het zand tussen de rotsen of onder een struik. De holen zijn vaak 1.5 meter diep. Die de pinguïn zelf de holte graven of overnemen van andere vogels. Zij blijven altijd dicht bij de zee. In het nauw van Bass  bijvoorbeeld zijn deze holen hoogstens 45 meter van het water verwijderd.Alleen in de broedtijd blijven de vogels langer aan land. Broedvogels hebben de neiging elk jaar dezelfde nestplaats en dezelfde partner op te zoeken. De hereniging van het paar vindt plaats door middel van een korte balt. Bovendien wordt het legsel door beide ouders gedurende 30-40 dagen bebroed.

Voedsel

De pinguïns brengen hier de dag door en komen alleen ’s nachts naar buiten om vissen te gaan vangen. De dwergpinguïn is een uitstekend zwemmer en kan een minuut onder water blijven. Pas tegen de ochtend verlaat hij het water. Tijdens deze nachtelijke bedrijvigheid laat hij zijn typerende kreten horen. Die wel aan honden geblaf doen denken.

De jongen

Deze kleine pinguïns nestelen tijdens het voor jaar op het zuidelijk halfrond en ook beide ouders broeden op de eieren. De Jongen komen ter wereld met gesloten oogjes en ook een dik en donkerbruin dons haren.

Verblijf plaats

De oudere pinguïns blijven trouw aan hun woonplaats. Maar de jongeren ondernemen verre reizen  over zeewater. Men heeft geringde pinguïns teruggevonden op een maximum afstand van 750 km van de verblijf plaats.

De vijand

De voornaamste vijand van de dwergpinguïn is de mens. Andere vijanden zijn een slang maar ook een hagedis en een ral. Die de eieren op  eten van de pinguïn. Een zeehond die de volwassenen pinguïn verslindt maar ook tenslotte een zeemeeuw die het op alle leeftijden gemunt heeft.  Bovendien laten veel van deze vogels het leven in de verschrikkelijke winterse stormen.

ORDE SPHENISCIFORMS

Spheniscidae: Pinguïns.

De pinguïns vormen een primitieve maar ook zeer gespecialiseerde groep zeevogels. Geen van de soorten kan vliegen want ze zijn echter goed aangepast aan het leven op zee. De vleugels zijn veranderd in platte uitvouwbare vinnen. Die bij de voortstuwing worden gebruikt om snel onder water te kunnen zwemmen tijdens de achtervolging van vis of inktvisjes. De veren zijn kort en glanzend. Bovendien vormen die een dichte en ook waterafstotende laag. Die zorgt voor een goede stroom lijn en tegelijk warmte-isolerend werkt in het zeewater. De korte poten met zwemvliezen staan ver naar achteren en dienen tijdens het zwemmen ook als roer. Deze stand houdt in dat de vogels aan land rechtop moeten staan of zich op hun buik moeten voortbewegen.

Voetenwerk in plaats van vleugels

Als een vogel niet in staat is te vliegen. Zijn vooral zijn poten van het grootste belang van de vogel. Gebruikt de voeten om er zijn ei op te dragen . De loopvogels daarentegen vertrouwen volkomen op hun poten en voeten als ze moeten vluchten. Deze ledematen zijn krachtig en goed ontwikkeld en behalve voor lopen doen ze ook nog dienst als verdedigingsmiddel.

LEEF GEBIED

dwergpinguin continentHet verspreiding gebied is zuid Australië en Tasmanië omvat dit gebied  en Nieuw-Zeeland het Zuider-eiland. En alsmede de eilanden groepen er tussenin. Vanwege de geografische afzondering is de fauna hier zeer origineel. Zo als de prototheria maar ook primitieve ovipare zoogdieren. Bijvoorbeeld vogelbekdieren en mierenegels. Zo ook de  buideldieren kangoeroes en bundelmarters en  koala’s en andere dieren. De groot loopvogels zo als de emoes en kasuarissen en de  kiwi’s. Zijn in feite uit vele  vroeger tijden overgebleven diersoorten .

STRANDEN EN OPPERVLAKTEWATEREN

dwergpinguin leefgebiedLichtjes glooiende zeekusten zijn onderworpen aan de invloed van de getijden. Die dag na dag een groot gedeelte van de zeeoevers. De zandige of modder stranden bedekken. Dat daarbij aansluitende zeebodems bezitten eveneens uitgestrekte oppervlaktewateren waar het zonlicht sterk doordringt  Terwijl die een zachte temperatuur bezitten. Groot aantal soorten en aanzienlijke dichtheid van de populaties.

Advertenties

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s

This site uses Akismet to reduce spam. Learn how your comment data is processed.