Pinguïns zeevogels de niet vliegende vogels

 

Familie Spheniscidae: Pinguïns zeevogels

Pinguïns zeevogelsDe pinguïns vormen een primitieve groep van de levende vogels en zijn meer dan 60 miljoen jaar oud. Alle soorten pinguïns komen voor op het Zuidelijk Halfrond. Zeer gespecialiseerde groep zeevogels. Geen van de 16-18 soorten kan vliegen. Ze zijn echter goed aan gepast aan het leven op zee. De vleugels zijn veranderd in platte uitvouwbare vinnen. Die bij de voortstuwing worden gebruikt.  Om vooral snel onder water te kunnen zwemmen tijdens de achtervolging van vis of inktvisjes. De veren zijn kort en glanzend.

Pinguïns zeevogels

Pinguïns niet vliegende vogelsBij deze vogels heeft de aanpassing van het leven in het water stellig zijn hoogtepunt bereikt. Hoewel hun vinvormige vleugels geen veren hebben. Terwijl ze af stammen de pinguïns toch vermoedelijk af van vliegende vogels. Hun vleugels bewegen uit sluitend in het schouder gewricht. Terwijl de andere vogels hebben nog een gewricht dat over een komt met de elleboog van een mens. Vanwege de korte poten lopen de vogels plomp en onhandig en daar ze erg ver naar achteren zijn geplaatst. Zijn de pinguïns genoodzaakt rechtop te lopen. In het water doen ze dienst als roer. Het is van het grootste belang dat pinguïns zeer snel en behendig kunnen zwemmen. Zij moeten zo hun voedsel (voornamelijk vis) bemachtigen en ontsnappen aan grote zee roofdieren. Op het land hebben ze het meest te verduren.

Niet vliegende vogels zeevogels

Toen de Europese beschaving zich hoe langer hoe meer over de wereld uit breidde. Kwam de mens al spoedig tot de ontdekking dat vogels. Die niet konden vliegen een gemakkelijke voedselbron vormden. Die hij met zich mee bracht, even eens. Sedert de 17e eeuw zijn diverse niet vliegende vogels. zoals bijvoorbeeld de dodo. die volkomen uitgeroeid is.  Terwijl andere op het punt van uitsterven staan.

Pinguïns zeevogels hoofd groep

Alle leden van de twee hoofd groepen kunnen niet vliegen. Maar in de overige groepen zijn even eens niet vliegende soorten. De grootste groep niet vliegende vogels vormen de pinguïns (Spheniscidae) met 17 soorten. Hoewel pinguïns niet kunnen vliegen hebben ze toch duidelijke vleugels. Die ze als peddels gebruiken om er mee te zwemmen. Deze vinvormige peddels zijn vrij wel gelijk aan de voor vinnen van de dolfijnen.

 

pinguïnDe pinguïn hebben zich uit voor poten ontwikkelden. De loopvogels hebben maar zeer kleine vleugeltjes. Die ze soms als zeiltjes gebruiken als ze hard lopen. De poten zijn goed ontwikkeld en ze kunnen er niet alleen zeer snel mee lopen. Maar ook  tevens zijn ze een geducht wapen. Het woon gebied van de pinguïns beperkt zich niet tot Antarctica. Maar wel tot het Zuidelijk Halfrond. De keizerpinguïn (Aptenodytes forsteri) broedt uitsluitend in Antarctica. Terwijl de Galapagospinguïn (Spheniscus mendiculus) vlak bij de evenaar voor komt . Elke soort is hoog gespecialiseerd om in zijn eigen bepaalde omgeving
te leven.

Het voordeel van loopvogels

De loopvogels delen over het algemeen dezelfde niche in hun omgeving als de grote grasetende zoogdieren. Terwijl ze vertrouwend op hun snelheid om aan roofvijanden te ontkomen. Andere niet vliegende soorten hebben de neiging hun woon gebied te beperken tot eilanden. Waar ze geen gevaar van inheemse zoogdieren hebben te duchten. Zo als in Nieuw-Zeeland bijvoorbeeld heeft behalve zijn kiwi ’s en pinguïns nog drie soorten die in het geheel niet kunnen vliegen. En bovendien twee lelvogels die alleen maar een beetje kunnen fladderen.

Pinguïns zeevogels zijn goede zwemmers

Pinguïns zijn sociaal levende vogelsMaar ze vormen een dichte water afstotende laag. Die dus zorgt voor een goede stroomlijn maar ook tegelijk warmte isolerend werkt. De korte poten met zwemvliezen staan ver naar achteren.  Die dus tijdens het zwemmen als roer dienen. Deze stand houdt in dat de vogels aan land rechtop moeten staan of zich op hun buik moeten voort bewegen. Pinguïns komen gewoonlijk alleen aan land om te broeden maar ook te ruien. De rest van het jaar brengen ze op zee door. Alle soorten. Maar behalve de Galapagospinguïn. Die broeden op het vasteland van Antarctica. Of op de subarctische eilanden of de zuidkust van Zuid-Amerika. Terwijl op de  Zuid-Afrika en Australië vaak onder zeer barre weersomstandigheden.

Voetenwerk in plaats van vleugels

Als een vogel niet in staat is te vliegen. Zijn vooral zijn poten van het grootste belang. Pinguïns zwemmen met behulp van hun vleugels. Terwijl ze de poten als roer gebruiken. De keizerpinguïn gebruikt de voeten om er zijn ei op te dragen . De loopvogels daarentegen vertrouwen volkomen op hun poten en voeten als ze moeten vluchten.

De tenen van de Pinguïns zeevogels

Deze ledematen zijn krachtig en goed ontwikkeld en behalve voor lopen doen ze ook nog dienst als verdedigingsmiddel. De voeten van de struisvogels hebben een interessante ontwikkeling. In plaats van de 4 tenen aan elke voet. Zo als de meeste tegenwoordige vogels hebben heeft de struis er slechts 2 van. Waar van er één aanzienlijk kleiner is dan de andere. Het is mogelijk dat de struisvogel dezelfde evolutie koers volgt als het paard. Dat zich van een 5-tenig tot een éénhoevig dier heeft ontwikkeld.

De orden binnen Pinguïns zeevogels

Binnen de 27 orden nog bestaande vogels komt een opmerkelijk grote variatie in de grond vorm.  Die bijvoorbeeld van het lichaam voor de meest wezenlijke aan passingen betreffen. Zo als voeten en poten maar ook snavels en vleugels. Er bestaan grote loopvogels met lange poten. Zo als de

Het meeste opmerkelijke is dat zo het vermogen om te vliegen volledig verloren hebben. Maar er zijn andere niet vliegende vogels. Bijvoorbeeld pinguïns wier vleugels zijn veranderd in roeispanen voor onder water. Het andere uiterste vormen is de vliegen vangende gierzwaluwen. Die zo zeer aan de lucht gebonden zijn. Dat het mogelijk is dat ze alleen in aanraking met de grond komen tijdens hun leven op de nest plaats. Er bestaan hoog gespecialiseerde nacht jagers. Zo als de

  • uilen
  • nachtzwaluwen
  • dagstootvogels
  • arenden
  • buizerden
  • valken
Waarom hebben vogels van die raar gevormde snavels?

Met krachtige snavels maar ook met dodelijke scherpe klauwen. Vrijwel elke kleine dier soort heeft zijn eigen voedsel. Maar elk plantaardig voedsel staat op het menu van een of andere vogelsoort. Zoals een klauwier die neerstrijkt op een sprinkhaan.  Maar een kolibrie die nectar opzuigt en een papegaai die van oerwoud vruchten eet. Die zijn alle getuigen van de adem benemende verscheidenheid van het vogelrijk.

Vogels klasse

Vogels behoren tot de klasse Aves dat betekend Latijnse naam. Een van de acht hoofd groepen van de levende gewervelde dieren. Met de reptielen en de zoogdieren vormen zij de drie klassen. Die uitsluitend in de lucht ademen. Men neemt aan dat zo wel de vogels als de zoogdieren zich hebben ontwikkeld uit. De zogenaamde koudbloedige reptielachtige van de voor ouders en dat zij zich tot warmbloedig hebben geëvolueerd.

Ontwikkelingen van de vogel

Dit is stellig een van de aller belangrijkste ontwikkelingen geweest. Want nu waren ze vrijwel geheel onafhankelijk van hun omgeving. Zelfs bij lage temperaturen en in een bar klimaat zijn ze in staat actief te blijven. En kunnen ze zich in veel verscheidenheid habitat hand haven dan de koudbloedige dieren. Het voor deel om warmte te bewaren was waarschijnlijk mede een hulp tot het ontstaan van het verenkleed. De ongeëvenaardheid en de geschiktheid van dit verenpak je was de sleutel tot de ontwikkeling van het vlieg vermogen . Het was zeer sterk maar ook  licht en tamelijk stijf. Maar het meeste opmerkelijke is dat de veren waren de ideale samenstellingen. Omdat  draagvlakken nodig  zijn om te vliegen.

Waarom hebben vogels veren?

Veren doen dienst als isolatie. Die afhankelijk van de om ringende temperatuur . Die bovendien nog geregeld kan worden door de veren plat neer te leggen. Maar ook ze uit te zetten.

Het voor deel van veren

Het vermogen om te vliegen heeft de vogels in staat gesteld bezit te nemen van de gehele aarde. Zo wel te land maar ook ter zee als in de lucht. Maar in het broedseizoen zijn zo genoodzaakt aan land te komen om er de eieren te leggen. Zij broeden van het Antarctische continent tot binnen de Noordpoolcirkel. Maar ook op eilanden in de oceanen eveneens op laag gelegen terreinen tot in de bergen.  Terwijl zo vrij wel in elke habitat van woestijn tot tropisch regenwoud komen.

Hoe komt het dat vogels kunnen vliegen?

Hoewel de aanpassing aan allerlei habitat. En voedingsniches aan leiding is geweest tot verschillende structuur wijzigingen zoals bijvoorbeeld de verandering van snavels en poten. Is toch het vlieg vermogen bij de meeste soorten de overheersende factor wat betreft hun unieke anatomie. De romp bestaat uit een doosvormige benen kooi. Veel meer om sloten en stijver dan die van de andere vertebraten. Met een groot en breed en plat borstbeen.

vogels in de lucht

Met een diepe kiel voor bevestiging van de relatief enorme borstspieren die nodig zijn om de vleugels te bewegen. En de weerstand van de lucht te overwinnen. Vele van de beenderen zijn hol en vaak inwendig in vakjes verdeeld. Waar door een maximum aan sterkte en een minimum aan gewicht wordt bewerkstelligd. Behalve de longen hebben de meeste vogels een complex van dunwandige luchtzakken.

Die vooral werken als opslag plaats voor grote hoeveelheden lucht. Maar er zijn derhalve een hulp orgaan van de longen. Hier door zijn ze uitermate goed aangepast om de ingeademde lucht ten volle te benutten bij hun onvermijdelijke hoge stofwisseling. Die samen hangt met de spier kracht welke nodig is bij het vliegen.

Advertenties